Plattelandsontwikkeling volgens Gerard Daandels

Plattelandsontwikkeling volgens Gerard Daandels

Burg. bewerkt 2008.JPG

Gerard Daandels is sinds kort voorzitter van de Reconstructiecommissie Maas en Meierij. Wat kan hij toevoegen? En welke plannen heeft hij?

Hij was al bezig met plattelandsontwikkeling toen de eerste Reconstructieplannen nog gemaakt moesten worden. Toen in 1997 de varkenspest uitbrak, was Gerard Daandels burgemeester in het Land van Cuijk. Sindsdien zet hij zich in voor een vitaal, mooi en schoon platteland: als burgemeester van Deurne en als voorzitter van het Streekplatform De Peel, de Stuurgroep Dynamisch Platteland en diverse klankbordgroepen van het SRE en Waterschap Aa en Maas.

Afwaartse beweging
‘Ik ben best een beetje gepokt en gemazeld,’ zegt hij met gevoel voor understatement. Dat hij zijn ervaring nu in Maas en Meierij kan inzetten, vindt hij leuk. ‘Ik ben geboren in Heeswijk-Dinther. Het platteland hier barst van de potentie en er ligt nog een aantal klussen waar ik graag mijn schouders onder zet.’ Een van die klussen is het vervolmaken van de afwaartse beweging: ‘De ammoniak moet verder weg van de natuur, de geuren moeten verder weg van de woningen. We moeten concrete afspraken maken en oplossingen bedenken voor ondernemers aan de randen van de kernen en van de natuur die willen doorgaan, maar wel zo dat buurt en bewoners er geen last van hebben. Ik hoop dat we daar over een jaar afspraken voor gemaakt hebben.’

Creativiteit
Bij alles wat de Reconstructiecommissie Maas en Meierij doet, speelt het thema bezuinigingen mee. Daandels heeft er een uitgesproken mening over. ‘We zitten midden in het proces van plattelandsontwikkeling. Halverwege stoppen omdat de economie tegenzit, is kapitaalvernietiging. Er is geweldig draagvlak. Kijk maar naar de kleine kernen en hun activiteiten op het gebied van leefbaarheid. De provincie Noord-Brabant blijft daarin investeren. Soms met minder middelen dan voorheen, maar wel met meer creativiteit dan ooit.’ Een belangrijke rol ziet Daandels daarbij voor de wethouders. ‘Zij moeten geloven in de uitloopfunctie van het platteland voor het stedelijke gebied én in de functie van economische toeleverancier. Wethouders zijn de lokale trekkers van de plattelandsontwikkeling.’